Hoe zijn de kadavertarieven opgebouwd?

De tarieven voor het ophalen, verwerken en vernietigen van kadavers bestaan uit twee componenten: het ‘stoptarief’ en het ‘tarief per dier’.

Het stoptarief betreft de kosten voor het ophalen van kadavers.

Het tarief per dier is opgebouwd uit drie onderdelen:

  1. de verwerkingskosten,
  2. de verkoopopbrengsten en
  3. de verrekening van de overschotten of tekorten uit voorgaande jaren.

De verwerkingskosten zijn het aandeel dat nodig is om kadavers bij Rendac te verwerken tot eindproducten (diermeel en dierlijk vet).

De verkoopopbrengsten betreffen de opbrengsten uit de verkoop van eindproducten (diermeel en dierlijk vet) en huiden. Deze opbrengsten worden in mindering gebracht op de verwerkingskosten.

De verrekening van tekorten is in belangrijke mate bepalend voor de tarieven.

Kadavertarieven 2019

Klik hier voor de actuele Rendac tarieven.

Wat is de procedure voor het bepalen van de tarieven?

Elk jaar worden nieuwe tarieven vastgesteld voor het ophalen en vernietigen van kadavers. Deze tarieven worden gebaseerd op prognoses, herijking aan actuele cijfers en verrekening van tekorten of overschotten uit het verleden. 

Voor de vaststelling is een vaste procedure afgesproken met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Deze procedure begint met het informeren en consulteren van de werkgroep destructietarieven. In deze werkgroep zitten vertegenwoordigers van de verschillende klantgroepen (LTO, NVP, NMV, POV, KSG), het Ministerie en Rendac. Rendac informeert de deelnemers over het proces van de tariefbepaling, geeft inzage over de samenstelling van de tarieven op basis van afgesproken transparantie-indicatoren en gebruikt de werkgroep als klankbord.

Op basis van een nacalculatie wordt jaarlijks achteraf beoordeeld of de werkelijke kosten hoger of lager zijn uitgevallen dan waarmee in de tarieven is rekening gehouden. Een op deze manier vastgesteld overschot of tekort wordt dan verwerkt in de toekomstige tarieven.

Wie bepaalt de kadavertarieven?

Rendac geeft het Ministerie inzage in deze nacalculatie via een controle door een externe accountant en de accountant van de overheid. Op deze manier is er sprake van een transparante verantwoording en neutrale verrekening. Na de consultatiegesprekken maakt Rendac een voorstel voor de Minister voor de nieuwe tarieven, die telkens op 1 januari ingaan.

De Minister keurt de tarieven goed en publiceert die in de Staatscourant.